dinsdag 2 oktober 2012

De olifant en de lemming


Ineke en ik gingen vorige week in Leiden bij onze dochter Judith op bezoek. Die studeert daar al enige tijd Archeologie en heeft na een akkefietje met een enge huisbaas en een stel op haar en haar huisgenoten afgestuurde wegpest-Polen gelukkig weer een nieuwe kamer weten te regelen. Bevreesd voor mist gingen we met de trein, om in een zonnig stadje uit te stappen. Extra zonnig zelfs, want het station uit werd het ons géél voor ogen. De Super de Boer op het Stationsplein bleek te zijn vervangen door een juist die ochtend geopende Jumbo. Voor wie dat niet al zag aan de werkelijk knálgele gevel, die het Brabantse familiebedrijf overal in Nederland op haar panden laat schroeven, was er die ochtend in alle vroegte een ballonopblaasteam aan de slag gegaan. Honderden Jumboballonnen aan elke lantaarnpaal en elk verkeersbord wezen de weg naar de ingang van het nieuwe boodschappenravijn.

Jawel, een ravijn. Want als twee lemmingen lieten we ons verlokken ons over de rand te storten, die winkel in.

Laat ik het nieuwsgierigheid noemen. Ik was al eens in dit supertje geweest toen het nog een Super de Boer was en nu wilde ik wel eens zien wat ze er van hadden gemaakt. Nota bene juist op de dag dat Jumbo de overname van C1000 bekend had gemaakt.

Die vergelijking met lemmingen schoot me te binnen toen we eenmaal door de benauwde gangpaden liepen. Drúk! Let wel, half 2 ’s middags.

“Moeten die mensen niet werken”, mompelde ik.

“Jij loopt hier toch ook?” siste Ineke terug.

Het was eigenlijk helemaal niet zo druk, maar dat léék het wel, vanwege de werkelijk bizarre hoeveelheid producten, die Jumbo had besloten hier te willen verkopen. Terwijl als je er een café in zou drijven, je er eigenlijk niet eens een biljart in kwijt zou kunnen zonder het risico te lopen dat bij het voormikken met de daarbij behorende achterwaartse bewegingen van de keu, biertjes van de omringende tafeltjes zouden worden gestoten.

Mijn bijzondere interesse ging natuurlijk uit naar de groente-afdeling, maar tegen de tijd dat we daar waren aangekomen, vreemd gesitueerd naast de kassa’s, was me alle lust vergaan om daar eens rustig te gaan koekeloeren. De lange rij voor de kassa’s bleek vooral veroorzaakt door een volstrekt krankzinnige positionering van van die zogenaamde snelle-mandjes-kassa’s waar iedereen zich langs elkaar moest wringen.

Ze zeggen dat de supermarkt de macht heeft. Je vraagt je, omringd door zoveel kennelijke logistieke onkunde, toch af hoe dat zover heeft kunnen komen.

En toch verlieten de mensen met een tevreden glimlach deze claustrofobische micro-Jumbo. Want waar waren ze eigenlijk voor gekomen? Voor die gratis banketstaaf. Als Jumbo het financieel allemaal daadwerkelijk ook kan behappen, dan worden ze met al die C1000-winkels erbij nummer 2 van Nederland. Eigenlijk toch doodgewoon en heel eenvoudig met weinig meer dan een gratis banketstaaf.

Rik Prikkel

November 2011

AH in vredestijd


Begint Albert Heijn nu wel of geen nieuwe prijzenoorlog? Daar wijdden de media vorige week scherpe analyses aan. Dé supermarkt van Nederland adverteert met het motto ‘Hoe kunnen we u helpen in tijd van bezuinigingen?’ Dat belooft veel goedkoops.

Of wij er als tuinbouwsector blij mee moeten zijn, dat wil ondanks de genoemde analyses maar nooit helder worden. Want veel aanbiedingen kunnen twee gevolgen hebben: of de inkopers gaan nog harder op zoek naar nog goedkopere leveranciers; of door al het gestunt met misschien ook verse groente en fruit gaat de vraag naar al dat lekkers omhoog en moeten de inkopers juist meer gaan betalen vanwege meer vraag bij gelijkblijvend aanbod.

Ik ben maar eens boodschappen gaan doen. De stemming was bij mijn eigen Albert Heijn niet anders dan twee weken geleden, toen ik voor het laatst met mijn sleepmandje de groentehoek op kwam kuieren. Geen gespannen personeel. Niemand gewapend. Laat staan tot de tanden. Ook de klanten waren nogal relaxed. Vredig, zou ik zelfs willen zeggen. Ik had samen met een mij verder onbekend oud vrouwtje het rijk alleen op de agf-afdeling.

De AH-persiflage van het groentekraampje op de markt, waarmee de landelijke tv-reclame de laatste tijd weer zo olijk uit de hoek kwam, was in mijn Albert Heijn alweer opgedoekt. Maar uiteraard is er altijd wat in de Bonus-aanbieding. Rode paprika 1 betalen en 1 gratis. Bloemkool en prei ook lekker goedkoop. En de meloenen extra lekker, want we mochten stukjes proeven met een prikvorkje. Inderdaad, lekker sappig en zoet.

Niet alleen ontbrak hier elke oorlogsstemming, ook kon ik constateren dat elke vorm van crisissfeer ontbrak. ‘Tijd van bezuinigingen?’ Bij AH, of bij om het even welke andere Nederlandse supermarkt blijkt daar anno 2012 totaal niets van. Alles is gewoon nog steeds te koop, nergens lege schappen. Zwervers voor de deur die de klanten aanklampen of ze iets te eten kunnen missen uit hun zojuist volgegooide karretje? Niet gezien. De vaste straatkrantverkoper groette me vriendelijk en zag er in het lentezonnetje welvarend uit.

Kunnen we derhalve rustig gaan slapen? Dat natuurlijk per definitie niet. Want het moederbedrijf van Albert Heijn heeft net voor 350 miljoen euro Bol.com gekocht. En dat moet toch weer worden terugverdiend. En we weten allemaal dat ze dat in Zaandam vooral doen met het verschil tussen inkoop- en verkoopprijzen van groente en fruit. U weet dat ik er een groot voorstander van ben dat supermarkten groente zo duur mogelijk maken. Zodat de consument de waarde van het product ingepeperd krijgt. Zou de tuinder daar dan ook eens een centje meer van krijgen, dan wordt het pas echt vrede.

Rik Prikkel

Maart 2012

Lieveheersbeestjes opgerot

Hoe erg is het als er zo nu en dan een diersoortje verdwijnt? Filosoof Bas Haring zette, zoals het een filosoof betaamt, onlangs vraagtekens bij het heilig streven naar absoluut behoud van de soortenrijkdom zoals die op dit moment bestaat op Aarde. Is dat heilig streven wel goed beargumenteerd? Hij vond van niet. Maar zoals dat gaat met heilige huisjes, argumenten tellen dan niet en Haring kreeg er van de goegemeente danig van langs. Ik schreef er eerder over.

En nu staat het lieveheersbeestje onder druk. De knuffeligste der insecten loopt gevaar vanwege een exotische verwant, die hier de boel is komen terroriseren. Niet vanwege klimaatverandering en extra warme zuidoostenwinden, maar uitsluitend op uitnodiging van de tuinbouw. Met kuubskisten tegelijk hebben we ze hier naartoe laten verschepen om in onze kassen luizen te komen vreten.

Het heeft mijn kinderen nooit uitgemaakt. Als die lieveheersbeestjes (of kapoentjes, zoals wij ze bij ons thuis altijd hebben genoemd) gingen zoeken, dan waren ze net zo blij met een tweestippelige als met een zevenstippelige of een dertienstippelige.

Maar in de tuinbouw kennen we het verschil. Het veelkleurige Aziatische lieveheersbeestje heeft niet alleen meer kleuren (niet per beestje, maar wel in zijn soortenvariatie) dan het aloude Europese lieveheersbeestje, hij heeft ook meer stippels en vooral: hij heeft meer honger! Daar is ie op geselecteerd.

Zo veel honger heeft dat Aziatische lieveheersbeestje, dat als de luizen op zijn hij begint aan de larven van de Europese lieveheersbeestjes. Oei. Die worden nu zeldzaam. Of zelfs met uitsterven bedreigd. En bij het woordje uitsterven staan onze wakkere wetenschappers in het gelid. Om in dit geval met maar liefst twaalf insectkundige instituten tegelijk een Europees onderzoek te doen naar de lieveheersbeestjespopulaties.

U ziet het al aankomen. Door menselijk ingrijpen, sterker, door de Nederlandse tuinder, dreigen onze inheemse lieveheersbeestjes (er zijn 60 soorten) uit te sterven! En waag het niet om samen met Bas Haring ‘nou en?’ te roepen. Want voor de meeste natuurliefhebbers is het niet nodig om verder nog na te denken, alvorens tot een importverbod op het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje over te gaan. Dat dat ook een lief en knuffelig diertje is, dat doet er dan ineens niet toe. Net zoals ze in Engeland de uit Amerika overgekomen grijze eekhoorn desnoods stuk voor stuk willen afschieten om de inheemse rode eekhoorn van algehele verdringing te redden. Uit liefde voor het ene dier het andere tot staatsvijand nummer 1 uitroepen. En in het geval van de lieveheersbeestjes zijn de tuinders natuurlijk staatsvijand nummer 1a. Dat u het maar even alvast weet.

Hopelijk gaan de onderzoekers van die twaalf instituten nog wél even door met zichzelf vragen stellen over welke schade er nu daadwerkelijk aan het natuurlijk evenwicht in Europa wordt aangericht door dit beestje en of we nou echt ál die 60 Europese soorten nodig hebben voor het voortbestaan van leven op ons continent.

Zo goed, Bas?

Rik Prikkel

februari 2012

Divers denken

Als een aardige vent met een slecht plan komt, dan vraag je hem vriendelijk om zijn huiswerk over te doen.

Als een vervelende kerel met een goed verhaal komt, dan lees je het twee keer extra door, want is het wel écht zo goed?

Als een notoire wijsneus de bouwvalligheid van een heilig huisje signaleert, dan reageren de bewoners van dat huisje meestal gepikeerd. Terwijl ze toch eigenlijk gauw het huisje zouden moeten verlaten om samen met de alarmeerder eens goed te kijken of er inderdaad instortingsgevaar dreigt.

De wijsneus van dienst was vorige week filosoof Bas Haring. Hij schreef naar aanleiding van 2010 Jaar van de Biodiversiteit een boek getiteld Plastic panda’s. Kernvraag van het boek is: Hoe erg is het als er dier- of plantensoorten uitsterven?

Heel erg, vindt de goegemeente die in 2010 biodiversiteit tot het vlaggenschip van de milieubescherming uitriep. En denkend aan de verdwijnende tijger, de bedreigde neushoorn en de in het nauw gedreven olifant kun je daar zo op het gevoel een eind in meegaan. En lees je dat er maar liefst 24.216 soorten dieren en planten met uitsterven worden bedreigd, dan denk je: dat gaat helemaal de verkeerde kant op met onze natuur.

Filosoof Haring durft in het debat zelfs te zeggen dat het helemaal geen verwerpelijke keuze hoeft te zijn om grote delen van het tropisch regenwoud op te offeren aan de landbouw, teneinde de hongerende massa’s wat meer voedselzekerheid te kunnen bieden. Hij benadrukt nog dat hij wel degelijk vindt dat we niet straffeloos overal natuur als zodanig kunnen vernietigen. Het is hem te doen om de vraag hoe divérs die natuur nou per se moet wezen om toch goed gebalanceerde biotopen te kunnen handhaven. Maar het is al te laat. Twitteraars en briefschrijvers gaan al verontwaardigd in op de voorbeelden die Haring noemt in nieuwsberichten hierover. Een inhoudelijke vergelijking van argumenten, daar is natuurlijk ook geen ruimte in een tweet van 140 tekens.

Vorige week kwamen de teeltadviseurs in de tuinbouw met het bericht dat ze twijfelen aan het nut van sociale media. Daarmee plaatsen ze zich op het erepodium van dappere luchtbeldoorprikkers, naast die brave Bas met zijn vraagtekens bij de korenwolf en de 85ste variant van wat toch eigenlijk hetzelfde tropische woudkikkertje is . Ik kreeg bij het lezen van de opinie van de nuchtere teeltvoorlichters onwillekeurig een beeld van vergrijsde mannetjes met hele oude mobiele telefoontjes met zwaar bekraste hele kleine venstertjes waarop geen enkel logo zou passen van wat voor smartphone-app dan ook. Ik ben geen unieke denker, dus ik weet zeker dat meer mensen dat weinig flatteuze beeld voor ogen kregen. Dát willens en wetens riskeren, dat getuigt van ouderwetse moed.

Rik Prikkel

November 2011

De grijze koppen

We stoppen in Nederland met zijn allen gemiddeld vlak voor onze 62ste verjaardag met werken. Maar volgens het CBS gaan we in de agrarische sector nog het langste door. Wie daar zijn pensioen haalt, die zwaait gemiddeld ook pas daadwerkelijk af op zijn 65ste.

Maar wie zijn dat dan? Ik ben voor de gein eens bij wat collega’s gaan buurten. Gezellig. Rondkoekeloeren in de schuur. Even het hoofd om de hoek van de kas steken. Waar zijn die grijze koppen?

Gemíddeld 65, dat betekent dat er ook mannetjes van 66, 67, 68 zouden moeten rondlopen. En dan hebben we het toch echt niet over bejaarden, die hier in het kader van een zorgtak op het bedrijf hun dagbesteding komen invullen, om zich door toch maar vooral een beetje bézig te blijven de Alzheimer van het aftakelende lijf te houden. Nee nee, mensen die daadwerkelijk op de loonlijst staan.

Maar hoe ik ook tussen de burenbabbel en het bakkie koffie door tersluiks rond spiedde, nergens zag ik een rollator geparkeerd in de hoek van de kantine. Eén vooruitstrevende collega-tuinder slechts kon ik feliciteren met de aanwezigheid op zijn bedrijf van een heus invalidetoilet met een hoge toiletpot en van die beugels waarmee de instabiele toiletganger met behulp van hun beverige armen toch nog in de benen kunnen komen. Helaas zat deze ruimte op slot. “Anders gaat Jan en alleman hier lekker breeduit met zijn broek op zijn vieze werkschoenen zitten poepen. Moet je het elke dag gaan schoonmaken. Mocht het een keer voorkomen dat er een echte invalide op het bedrijf komt, dan zit dáár een sticker met het 06-nummer van mijn zoon.”

Ik keek deze vooruitstrevende tuinder nog eens goed aan. En daar zag ik het: grijs haar. Niks oude werknemers. Die blijven hier sowieso niet tot aan hun pensioen hangen. Het zijn natuurlijk de tuinders zelf die op die agrarische bedrijven tot hun 65ste of langer doorgaan. En dan vooral als ze niet de mazzel hebben dat er een zoon de boel wil overnemen, of een jonge ambitieuze buurman.

Jeetje. Nog best een end tot 2030.

Rik Prikkel

november 2010

Nostalgie en zelfbedrog

Onderzoek heeft aangetoond dat we het van nostalgie daadwerkelijk warm krijgen. Het einde van het jaar met zijn winterse kou is daarom een prima tijd voor die warme gevoelens van ouderwetse gezelligheid, met ouderwetse oliebollen, ouderwets huiselijk gedoe in familiekring en de ouderwets goeie muziek van de Top 2000.

Gaat dat ook op voor de tuinbouw?

We doen wel eens net alsof het in België nog is zoals het ooit in die goeie ouwe tijd in Nederland was. Je hebt er nog ouderwetse veilingen, met een ouderwetse klok.

Ze hebben er nog een ouderwets Centraal Bureau.

Er wordt ouderwets kritisch naar de kwaliteit van de producten gekeken.

Ze hebben er dan ook een ouderwets betrouwbaar kwaliteitslabel.

Je zou er zowaar nostalgisch van worden.

Maar ze hebben er ook Delhaize. Omdat wij hier in Nederland verder nooit zoveel horen over deze supermarktketen, moet ik persoonlijk nog steeds automatisch terugdenken aan de Bende van Nijvel. Die overviel bij voorkeur op zeer bloederige wijze filialen van Delhaize. Maar er is nu een nieuwe reden om bij het noemen van de naam Delhaize een akelige trek op het gezicht te krijgen. De Belgische retailer schijnt namelijk de uitvinder te zijn van een nieuw soort wurgcontract. Ze laten er zeven Belgische leveranciers van appels en peren via een offerte een gooi doen naar de levering gedurende één maand. De leverancier met de laagste prijs mag 60 procent van de hoeveelheid leveren. De nummer twee mag, als hij dat wil, de rest leveren, tegen diezelfde laagste prijs.

Misschien ook wel ouderwets, eigenlijk. Want de supermarkt van de toekomst zou zich toch juist gaan onderscheiden met een hartverwarmende mix van duurzaamheid en eerlijk zaken doen? Deze grove machtspolitiek is dan inderdaad ouderwets. Wat maar bewijst dat door een nostalgische bril naar het verleden kijken een gelijk staat aan zelfbedrog.

Betekent dat dan dat je het van zelfbedrog warm krijgt?

Rik Prikkel

december 2010

Opvallen in het peloton

Wilt u weten hoe u kunt opvallen? Kijk dan naar een wielerpeloton. Dat bestaat uit heel veel mannetjes op racefietsen en ze hebben allemaal truitjes en broeken aan met namen van bedrijven erop. Rabobank bijvoorbeeld is een heel bekende wielrennaam. Maar u hebt vast ook wel eens gehoord van Quickstep, Lampre, Garmin, Skil of Cofidis. Wat voor bedrijven dat zijn, dat weet u dan vaak weer niet. Maar het begint altijd met naamsbekendheid.

Om die naamsbekendheid te vergroten geven ze de truitjes een zo opvallend mogelijke kleur en laten ze de firmanaam er in zo dik mogelijke letters op drukken. Dan nemen ze wielrenners in dienst die erg hard kunnen fietsen en die moeten dan zo veel mogelijk aan kop gaan fietsen als er een camera in de buurt is. En als het even kan moeten ze ook nog aan kop fietsen als er een dikke witte streep dwars over de weg is gekalkt en daar een spandoek boven hangt waar Finish op staat.

Ik mag daar graag naar kijken. En u ook. Want in de tuinbouw houden we wel van doordouwers die dubbelgevouwen tegen de wind in en kronkelend over rare weggetjes voor een kleine kans op een hoofdprijs zich de longen uit het lijf werken.

Ik kijk zelfs naar een beeldverslag van de Ronde van Drenthe. Zag daar verleden week ook hoe je er in slaagt niet op te vallen terwijl je renners één en twee worden. Belangrijk is namelijk ook het mannetje dat namens Studio Sport de microfoon hanteert. “In de kopgroep namens Cervelo Charlotte Becker, namens Lotto Rochelle Gilmore, van Team Columbia Adrie Visser en in de groene trui Loes Gunnewijk.”

Die groene trui dat was dus de trui van de ploeg Nederland Bloeit. Betaald dus eigenlijk door alle Nederlandse boeren en tuinders. Maar kennelijk was er geen geld voor dikke letters. Loes wist in haar groene trui met een verschroeiende tempoversnelling de rest van de groep los te rijden. En een ploeggenote werd in de sprint ook nog eens tweede. Wat een succes. Bijdrage aan onze naamsbekendheid? Nul.

Rik Prikkel

16/2010

maandag 27 augustus 2012

Het is wat het is.


Dit hoor ik buurman André al een paar maanden bij voortduring uitkramen. Het is een vreemd soort verzuchting, die hij zelf heel vaak toepasselijk schijnt te vinden.
Nou ja, het is wat het is.
André spreekt het uit met een mengeling van grimmigheid en berusting. Eigenlijk wil hij strijdbaar zijn, maar ach, het is ook maar wat het is. Wát het dan eigenlijk precies is en of er niet iets aan veranderd zou moeten worden om het misschien wat beter te maken, dat blijft in het luchtledige hangen. Een gevaarlijke instelling voor een tuinder. Wij moeten het toch juist hebben van onze onstuitbare drang om de omstandigheden naar onze hand te willen zetten. Zeker zij onder ons die hun groenten telen in een kas. Hoezo regen, hoezo kou, hoezo hitte, hoezo geen zon? Wij stoken, wij belichten, wij luchten, wij schermen. Bezigheden waar André overigens niet al te fanatiek in is. Ik vond en vind die uitspraak van hem dus wel typisch André.
Maar nu hoorde ik het laatst iemand op de radio ook zeggen dat het ís wat het is. En ik weet vrij zeker dat dat geen familielid of goede kennis van André was. Kennelijk grijpt het fatalisme in Nederland om zich heen. Komt misschien door het nieuwe kabinet Rutte-Verhagen (waarvan ik nu maar vast uitga dat het de afgelopen dagen niet alsnog door opstandige CDA’ers is pootje gehaakt). We trekken onze handen er van af en we zetten ons schouderophalend schrap tegen het onheil dat komen gaat: bezuinigingen, toestanden in de Kamer, misschien geen eigen minister meer, internationaal onbegrip (gedóógsteun?) en wie weet wat nog meer.
Nee, mensen, blijf fel, blijf gefocust. Want het is dan nu wel wat het is. Maar hoe het morgen zijn zal, dat hebben we zelf in handen. Dus die kunnen we maar beter goed en gericht laten wapperen.
Rik Prikkel
40/2010

Clown

Ik had dinsdag niet mijn dag. Ik was met mijn kantenmaaier bezig met het fatsoeneren van mijn slootkant. Ik ging als een woesteling door het meer dan kniehoge gras en ineens: knal. O ja, dáár had ik die oude kasvoet tijdelijk even weggelegd. Maaimes aan gort. En door de klap mijn oude schouderblessure weer helemaal terug.
Toch maar meteen op het fietsje naar de Bestkoop voor een nieuw mes, want straks komt het waterschap zeuren over niet goed bijgehouden watergangen.
Ik zwoegde mopperend tegen een onverwacht pittige tegenwind in en kwam langs de nieuwe basisschool. Die werd op dat moment net feestelijk werd geopend. Alle kinderen stonden op het schoolplein opgesteld en van ver was al te horen dat er een entertainer was ingehuurd, die zijn stem met een flinke versterker door de ochtendlucht liet schallen. Het bleek een clown te zijn.
En ik dacht: ik ken die clown.
Tegelijkertijd zette de clown een bekend liedje in: “Ik ben Tony…” en de kinderen antwoordden met van die blij gillende kinderstemmetjes “Cal-zo-ni!” U komt dat misschien niet bekend voor, maar meer dan dertig jaar geleden zong ik dat ook al mee. Met diezelfde clown. En kijk, daar stond zijn busje, nóg roestiger dan het toen al was. ‘Tony Calzoni, pret voor kinderen van 0 tot 100’. Zelf moest ie toch al een heel eind in de richting van de ambitieuze bovengrens van zijn eigen doelgroep zijn gevorderd. Maar kennelijk toch nog niet genoeg geld bij elkaar geschnabbeld voor een welverdiend vervroegd pensioen.
Mijn pedaaltred werd weer wat lichter: weer een beroepsgroep die het zwaarder heeft dan de tuinder.

Rik Prikkel
8-11-2005

maandag 30 juli 2012

Tuinbouwikileaks

Heeft u nog geheimen?
Dat dácht u maar. Alles is geweten. Is het niet door uw vader en moeder of uw vrouw of man, dan is het wel door de Belastingdienst of door de AIVD.
Of misschien staan al uw gegevens al gecodeerd op Wikileaks. Klaar om openbaar gemaakt te worden als het de heren hackers te heet onder de voeten wordt.
U heeft het nieuws toch wel bijgehouden over het grootste lek sinds Piet Schrijvers in de nadagen van zijn carrière voor PEC Zwolle ging keepen? Zo niet: iedereen die de hand kan leggen op een document dat niet al op internet staat en alleen al daarom het predikaat geheim schijnt te moeten krijgen, die kan dat lekken naar www.wikileaks.com. Dat kan explosief materiaal zijn, zoals dat filmpje van Amerikaanse militairen die als ware het een computerspelletje onschuldige Iraakse burgers afknalden. Maar het kan ook een stuk minder opzienbarend zijn, zoals nu een berg brieven van Amerikaanse diplomaten die zich - onder vermeende dekking van wat ooit het briefgeheim heette - zich weinig diplomatiek (maar wel zo duidelijk) uitlaten over politieke leiders van de hoogste tot en met de laagste categorie.
Na de overheid te hebben aangepakt wil Wikileaks ook een digitaal boekje opendoen over het bedrijfsleven. Dan zijn wij dus aan de beurt. Nou, dan gaan we het beleven hoor.
Dan komt uw échte spuitschema en uw échte loonadministratie op internet te staan. Oei.
En weten we eindelijk wie nou écht de marges pakt in de keten. Ehh.
En dan komen we er eindelijk achter wat de NVAF nou écht tegen het PT heeft. Want om nou zoveel moeite te doen voor die paar centen, daar moet meer achter zitten.
Of er wordt eindelijk onthuld dat de PT-bestuurders jarenlang het zomerreces feestend hebben doorgebracht in Monaco.
 Rik Prikkel
50/2010

Incorrect

Met het korten van de dagen word ik alleen maar opgewekter. Een kleine bijdrage daarvoor kreeg ik vorige week weer over de mail. Een heerlijk onbekommerd incorrecte mail, in reactie op mijn column van twee weken geleden. Daarin maakte ik melding van een vervelende blessure als gevolg van het maaien van mijn slootkanten.
“De Oplossing voor het voorkomen van het terug kerende schouderblessure, bel de Hoogmaaier voor het maaien van U slootkant, en U heeft geen last van de schouwmeester, vanwege U slootkant dan perfect is. Met vriendelijke groet. De Manne Van De Hoogmaaier.”
Ik kreeg meteen een warm gevoel bij deze tekst. Juist dat ongepolijste van zo’n grammaticaal nogal rammelend mailtje maakte dat ik me meteen een beetje thuis voelde bij die Manne Van De Hoogmaaier. Het lijken me manne van het kaliber, niet zeure, maar maaie! En zukke mot je hebbe.
Er was ook een internetadres meegemaild: www.dehoogmaaier.nl.
Ik doorklikken. En onmiddellijk werd mijn gevoel helemaal bevestigd. De manne trekken zich op hun homepage namelijk niks aan van wat wel en niet zou horen op een serieuze zakelijke website. Een prachtige blonde dame staart de bezoeker politiek volledig incorrect aan. Slechts gehuld in een zwarte bikini, werkschoenen met stalen neuzen, werkhandschoenen en beschermende beenstukken poseert ze met een stoer model kantenmaaier.
Ja, zo’n maaister wil je wel langsgestuurd krijgen.
Maar in werkelijkheid komen de manne natuurlijk zelf, knoestige kerels met eelt op de klauwen en met door bierbuiken uitgerekte en door hard werk nooit meer helemaal schoon te krijgen bedrijfsshirts. Lijkt me best gezellig. Maar ja, ik ben zuinig opgevoed. Dus komende zomer zal ik toch wel weer zelf staan maaien.
Rik Prikkel
juni 2008

Stijlvolle bloedverwanten

Mijn vrouw heeft mij uitgekozen niet omdat ik nou zo’n stijlvolle jongen was. Dat hoeft niemand te verbazen, want de mannen in de tuinbouw zíjn nu eenmaal niet zo geweldig stijlvol. We moeten het hebben van ons karakter. En onze tomeloze energie – ook een voordeeltje. En wellicht ook die kwajongensachtige charme. Maar zeker niet van onze stijl.
Als we gaan winkelen voor wat nieuwe kleren, dan doen we dat bij Agrifirm of bij Zeeman. Heel misschien bij C&A. Een enkeling die het hoog in de bol heeft gaat op luxe naar een plaatselijke mannenmodeboer die wel de prijskaartjes heeft, maar toch eigenlijk ook niet de merken.
Onze huizen zien er al net zo stijlloos uit, soms misschien zelfs pompeus, als we er een prestigezaak van maken. Met onze bedrijven is het al niet veel beter gesteld. Vreugdeloze utiliteitsbouw. En als er eens wat meer geld is, dan draait het uit op nog een vreugdelozer vorm van halfbakken pretentie met spiegelend glas en dan toch weer net geen design in de inrichting.
Waarom begin ik hierover? Omdat wij verleden week zaten te kijken naar de nieuwe televisieserie van de Avro. Bloedverwanten. Speelt in de sierteelt. Bloembollen. Gerbera’s onder glas. Maar vooral heel veel design. Ineke herkende het allemaal meteen. Artemide lampen. Bureaustoelen van Eames. Mannen in overhemden van Hans Ubbink en met Italiaanse schoenen. Schitterend jaren 30 kantoorpand. Mooie huizen. Fraai binnen- en buitenmeubilair. Op deze televisieset is meer design verzameld dan in de gehele tuinbouw bij elkaar.
U moet voor de gein maar eens kijken. Het verhaal is ook best aardig en er wordt leuk geacteerd. Maar het gaat mij er vooral om dat we hier kunnen zien hoe ver wij als ondernemers nog staan van bedrijfsinrichting waarmee we in de rest van de zakenwereld echt eens serieus genomen worden. Stijlloze prutsers die we zijn.
Rik Prikkel
11/2010

Songfestival

Je moet vooruit durven kijken. Dus kijken ik en mijn collega’s uit de buurt elk jaar gezamenlijk naar het Eurovisie Songfestival.
Er schijnen al mensen te zijn die bij hun keuze wel of niet voor de Europese grondwet te stemmen een belangrijke plaats inruimen voor de gang van zaken op dit liedjesfestijn. Alsof in die grondwet is opgenomen dat wetsvoorstellen betreffende voedselveiligheid en sociaal beleid en de toekenning van subsidiegelden aan dit of dat achterstandsgebied voortaan via televoting worden behandeld. En alsof door deelname aan het songfestival de Oekraïne en Wit-Rusland en Roemenië en Turkije nog maar een halve stap verwijderd zijn van het lidmaatschap van de Europese Unie, waarna het politiek zwaartepunt van de Unie definitief ergens in de onherbergzame rotsgebergtes van Transsylvanië zal komen te liggen.
Wij maken ons daar niet zoveel zorgen over. Als we zien dat het ministaatje Malta, dat als eiland technisch gezien nul buurlanden heeft, met een dikke zangeres in een lange soepjurk jaar na jaar de top 5 weet te halen, dan valt het met de partijdigheid van al die Slavische televisiekijkers best mee.
Waar wij vooral van genieten is die bonte verzameling jongelui: fitte jongens en mooie meisjes waar de vitaliteit vanaf spat. Wij hebben onze eigen stemming gehouden en als winnaar is Moldavië uit de bus gekomen. Als over een paar jaar de Poolse seizoenarbeiders te hoge eisen gaan stellen, dan gaan we een paar van die vrolijke springerige Moldaviërs halen.
Rik Prikkel
24-5-2005

Ontbijt

Mijn schoonfamilieleden die de tuinbouw alleen maar van de buitenkant kennen, die zeggen wel eens tegen mij: “Rik, jij zult wel stevig ontbijten.” Die zien de tuinder als een soort voorhistorisch oermens die elke dag bij het ochtendkrieken hompen brood naar binnen gaat zitten werken, belegd met zelfgerookte ham en vetspek, vers onder de kip vandaan geraapte eieren en natuurlijk met allerlei producten uit de eigen tuin. Ik zou elke morgen aan de gebakken tomaat zitten en stokbroden met komkommer en sla, versterkt met allerhande kazen en ambachtelijke plattelandboters van naburige boerenbedrijven. Want er moeten natuurlijk wel genoeg calorieën aan zo’n werkmansontbijt hangen. Anders zou de tuinder al halverwege de ochtend ten prooi vallen aan een verflauwing tussen de plantjes.
Er is ook wel eens gesuggereerd dat ik ’s morgens vroeg al aan het biefstuk en de pasta zou zitten, alsof ik een wielrenner was die een zware bergetappe moest gaan rijden of een klassieker over kasseien en kuitenbijtend steile heuveltjes.
Ach ja, de karikaturen waar de tuinbouw al niet mee te kampen heeft. Maar daar wordt naar mijn bescheiden mening door sommigen dan weer al te luidkeels tegen in gebracht dat het werk tussen de groenten en het fruit níet meer zwaar en vies zou zijn. Meer vergelijkbaar met een dagje in een stembureau met de Gemeenteraadsverkiezingen. Maar dan afwisselender. Wat natuurlijk ook onzin is.
Vanmorgen was mijn werkdag in elk geval ietsje afwisselender, omdat ik eerst op de fiets naar het dichtstbijzijnde stembureau ben gegaan. Toch nog drie kilometer heen en weer drie kilometer terug. Maar het was mooi weer. En in plaats van drie boterhammen en een glas melk met drinkontbijtpoeder (was trendy, is weer helemaal uit, maar wij zweren er nog steeds bij), heb ik vanochtend er één boterham extra met Light halvarine met extra Omega 3 en 6 en pindakaas met cashewnoten gegeten. Ik hoop dat ik er de lunch mee haal.
Rik Prikkel 
10/2010

Local for local niche

Buurman André heeft het licht gezien. Hij wil in een niche.
Want het water staat hem tot aan de lippen, mopperde hij vorige week boven zijn mok dampende koffie en zijn mond vol met een net iets te grote hap van de kano die we die ochtend in het koekblik hadden zitten.
“Je weet toch wel dat niche níét het Franse woord is voor reddingsboot?”
En of hij ook al wist in wat voor niche hij zich met zijn tomaten zag belanden.
“Ik wil als streekproduct in de winkel.”
Dat leek mij toch wat bezwaarlijk. Want André teelt doodgewone tomaten. Weinig streekgebondens aan.
“Vers van om de hoek, zo ga ik het noemen. Dat zien de mensen graag. Geen gesleep met producten. Local for local.”
Ja ja, die André heeft behalve groene vingers ook een verrassend sterk ontwikkelde talenknobbel. Zelf vind ik het al zeer verdacht dat we voor een streekproducten een internationaal aandoende Engelse term schijnen te moeten gebruiken. Plaatselijk voor plaatselijk laat kennelijk te zeer doorschemeren hoezeer een tuinder zich beperkt door in deze niche te gaan zitten. Maar André liet zich zijn net gevonden enthousiasme nog niet afnemen.
“Om te laten zien dat het echt van om de hoek komt, komt er op de verpakking een foto van mij op mijn bedrijf te staan.”
De fotograaf was al geweest. Als André eenmaal een plan heeft, dan zet hij er vaart achter ook. Of die fotograaf hem dan had geportretteerd met het water aan de lippen? Om de plaatselijke consumenten duidelijk te maken hoe nodig het was dat ze met een meerprijs hun plaatselijke tomatentuinder voor de ondergang zouden behoeden?
André deed er even het zwijgen toe. En om van onderwerp te veranderen. “Wat betekent niche volgens jou dan eigenlijk wél, in het Frans?”
“Een niche, beste André, is een hondenhok.”
Rik Prikkel
week 8/2010

vrijdag 27 juli 2012

Wetenschap

Sommige onderzoekers verpesten het ook voor de rest. Ze zijn zo gespitst op het halen van de publiciteit dat ze in ongeloofwaardige termen gestelde persberichten de deur uit doen en op die manier vreemde berichten in de media veroorzaken. Bij de WUR vandaan kwam op Valentijnsdag om half 10 ’s ochtends een bericht dat onderzoekers een paddestoel hadden gevonden die ‘aan seks denkt’. Leuk voor luchtige uitsmijtberichtjes aan het eind van radiouitzendingen.

Met als gevolg dat wij die onderzoekers niet meer geloven. Een paddestoel die denkt? Waanzin! Ik betrap me daar vaker op. De media pikt er de raarste wetenschapsberichten uit en brengt die op licht spottende toon en weer krijgt mijn vertrouwen in wetenschappelijk onderzoek een knauwtje. Laatst hadden onderzoekers op de een of andere universiteit uitgevonden dat mannen ’s ochtends gemiddeld langer voor de badkamerspiegel staan dan vrouwen. Dat druist regelrecht in tegen elke vorm van mannelijke intuïtie (ja, die bestaat). We kijken elkaar aan en zeggen, zonder één letter van de verslaglegging door de onderzoekers zelf te hebben gelezen: “Dat onderzoek is ondeugdelijk”.

En dat is eigenlijk zorgwekkend. We dreigen zo eigenwijs te worden dat we wetenschappers die iets uitvinden dat tegen ons alledaagse denken ingaat gewoon niet geloven. En als ze tot conclusies komen die met dat denken wél in lijn zijn, dan mopperen we dat we dáár toch geen dure universiteiten voor nodig hebben. Boeren verdwijnen met duizenden per jaar, maar het boerenverstand heerst als nooit tevoren.

Rik Prikkel

8/2008

Jeuk

Elk land krijgt de vakbonden die het verdient. Wij hebben vakbonden die in ieder geval weten dat je in de komkommertijd leuk aan de weg kan timmeren. In de maanden van snel opdrogende nieuwsbronnen rennen de media - als dorstige dwalers in een woestijn – hysterisch op elk schijnbaar nieuwsplasje af. Dat resulteert dan in items op tv en radio en artikelen in kranten met koppen erboven alsof de dijken zijn doorgebroken.

Maar nee, het gaat toch echt om de CNV-jongeren die door het land toeren in het kader van de verkiezing van de beste vakantiewerkgever. En onderweg constateren dat er wel eens een vijftienjarige in de buurt van een sorteermachine komt. Of dat hier en daar een gastje van 12 jaar en elf maanden oud een aardbei plukt.

Of dan FNV Bondgenoten. Die beginnen heel tactisch in augustus aan een actie tegen allergieën in de tuinbouw. En waarschuwt maar vast dat het allemaal waarschijnlijk zal gaan leiden tot schadeclaims voor die arme stumpers die arbeidsongeschikt raken door een overgevoeligheid voor de paprika of de tomaat. FNV Bondgenoten heeft nog geen exacte cijfers, maar wil wel al spreken van een ‘vergeten’ problematiek. Onduidelijk blijft wie wat nu precies vergeten was. De bond is in ieder geval niet vergeten weer een geinige kreet te verzinnen bij de actie. ‘Jeuk van je werk’.

“Zo heb ik er ook wel een paar gehad, die jeuk kregen van werk in het algemeen”, zullen heel wat tuinders verbeten mompelen. En ze voelen zelf ook een hardnekkige jeuk opkomen. Jeuk van je vakbond.

Rik Prikkel

33/2007

Voorspelling

Zoals u weet stikt het in Huize Prikkel van de vegetariërs. Ik doe daar niet smalend over. Vegetariërs zijn doorgaans goede groente-eters.
Al kun je het ook overdrijven. Onder de kop Tomaat Doodt Topmodel las ik in mijn regionaal dagblad een ludiek bedoeld bericht over een fotomodel in Brazilië dat haar dieet van tomaten en fruit iets te ver had doorgedreven en gegrepen door een niet eens zo harde windvlaag onder een bus was gekomen. Had de tomaat het weer gedaan.
Maar dat terzijde. In een iets serieuzer krantenbericht las ik dat over vijftig jaar iedereen vegetariër zal zijn. Dat is een van de voorspellingen van een aantal topwetenschappers die voor het gerenommeerde tijdschrift The New Scientist een halve eeuw vooruit mochten kijken. In 2056 zullen we in staat zijn (hoe? dat staat er niet bij) de gedachten en emoties van dieren te doorgronden. En dan snij je een koe niet meer zomaar aan reepjes om als biefstuk te gaan dienen.
Dan daar maar meteen mijn toekomstvoorspelling aan toegevoegd: over 50 jaar eten we ook geen planten meer, want tegen die tijd kunnen we eveneens feilloos de gedachten en gevoelens van planten scannen. Planten zullen ons dan tevens het geheim van leven op vloeibare meststoffen via substraat hebben doorgegeven.
Dus over 50 jaar ademt de mens CO2 in en zuurstof uit en zijn we dolblij met het broeikaseffect.
Rik Prikkel
2006

Gooien

Jaarlijks gooit Nederland voor 4 miljard euro aan voedsel weg. Las ik in mijn dagblad. Jeetje wat veel, moeten we dan roepen. Maar het blijkt neer te komen op 55 kilo per persoon per jaar. Oftewel 150 gram per dag. En dan valt het misschien wel weer mee.
Eens even kijken wat ik vandaag heb weggegooid: twee peren die er in de supermarkt lekker uitzagen, maar die maar niet rijp wilden worden. Totdat ze onderin de fruitschaal alsnog érg rijp bleken te zijn geworden. Een restje rijst waar we niet meer aan toe zijn gekomen. Een paar plakjes ham die een beetje raar begonnen te kleuren. Hee, ik zie ook een sinaasappel in de bak liggen, waarschijnlijk door Ineke weggegooid. Weegt die met schil en al mee?
Of we morgen wel door de hele zak gesneden krulslamelange zijn heen gekomen weet ik ook zo net nog niet. En Anne gaat zo dadelijk de eendjes voeren met wat oud brood waar zelfs geen tosti meer te maken is.
Ach, zo dramatisch is het niet, 150 gram per dag. Als we de consument voorhouden dat hij elke dag 200 gram groente tot zich moet nemen, dan doen we ook toch net alsof dat toch eigenlijk helemaal niet zo veel is. Een fatsoenlijk tomatengevecht kun je er in elk geval niet mee houden.
Dus dames en heren consumenten, blijven kopen, ook al is het voor de weggooi.
Stel je voor dat dat stukje vraag ook al wegvalt.
Rik Prikkel

Zegen

Belgische pastoor zegent nieuwe tractor en boomgaard. Het doet het in de kranten altijd goed als ludiek berichtje, liefst met foto’s. Op zijn best vinden we het lachwekkend en op zijn slechtst stellen we hoofdschuddend de diagnose: achterlijk bijgeloof.
Waarom eigenlijk? Als een nieuw schip gedoopt wordt met een fles champagne en behouden vaart krijgt toegewenst door de hooggeplaatste champagnewerper, dan wordt dat toch zelden als iets lachwekkends gezien. Wel als iets feestelijks.
Ik snap het wel. Het heeft iets aandoenlijks, zo’n Belgisch pastoortje in vol ornaat bij een trekker. Net zoals die Italiaanse pastoortjes die met de wijwaterborstel een wielerpeloton zegent. Alsof er daardoor minder valpartijen zouden plaatsvinden of de verwondingen in geval van een valpartij minder ernstig zouden uitvallen.
Maar anderzijds: een priester bij een in bloei staande boomgaard dat is toch een mooi beeld. Is het zegenen van de bloesems niet een soort collectief bidden? De zegen afsmeken over de oogst en heel de schepping inclusief haar schepper vragen om toch alstublieft geen roet in het eten te gooien met een verwoestende nachtvorst, hagelbui of rupsenplaag?
Wie bidt voor dit of dat weet ook wel dat dat niet betekent dat hij of zij vervolgens zelf maar achterover kan leunen. Net zoals dat die gezegende wielrenners natuurlijk ook wel snappen dat ze zelf ook nog moeten uitkijken en maar beter een helm op kunnen zetten. En de Belgische fruittelers weten ook wel dat ze naast die zegening ook hun beregeningsapparatuur en hun tunnelspuit klaar moeten hebben staan.
Tip voor de onzekere fruitteler: laat ook die installaties preventief zegenen.
Geruststelling voor de ongelovigen: ik geloof er ook niet in, hoor.
Rik Prikkel
24-4-2007