dinsdag 10 juli 2012

Geven en nemen

Werkgever-werknemer. Rijk-arm. Uitbuiter-beroofde. Schurk-zielepoot. Het zal de tijdgeest zijn die mij in mijn jonge jaren heeft gevormd, maar bij het woordje werkgever denk ik aan een profiteur die uit pure hebzucht arme sloebers voor zich laat werken, op kosten voor veiligheid en prettige arbeidsomstandigheden beknibbelt en met de winst goede sier maakt.
Maar plots bracht de taalkundige invalshoek mij in verwarring. Want wat maakt een werkgever nu eigenlijk tot werkgever? Het feit dat hij andere mensen werk geeft. En dat druist regelrecht in tegen wat velen nog altijd zien als de diepere aard van de werkgever. Alles van waarde wil de werkgever tegen een goede prijs verkopen aan de hoogstbiedende en dient in geen geval te worden weggegeven. En dan toch geeft de werkgever werk weg. Terwijl uit alle politieke aandacht die aan werk wordt besteed niet anders kan worden geconcludeerd dan dat werk toch heel wat waard moet zijn. En het is krasser nog: de werkgever geeft werk niet zomaar weg, hij geeft zelfs geld toe!
Dan de werknemers. Die heten dus geen werkontvangers. Kennelijk beperken ze zich niet tot rustig ontvangen. Neen, ze nemen. En dat schijnt bij heel wat werkgevers op de nodige somber stemmende herkenning te stuiten. Ik zeg: put troost, werkgever, wetend dat het zaliger is te geven dan te ontvangen. Maar laat dat u er niet van weerhouden er op zaterdagavond in de kroeg een paar extra te nemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten