vrijdag 20 juli 2012

Gastouders en huiskamersfeer

Een nieuwe modekreet is ‘Als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg’. Beroepssprekers op gelikte symposia vuren dat aforisme met gretigheid op hun publiek af. Ze bedoelen: ‘Jij moet veranderen, anders wordt het nooit wat met je!’.
Nou doe ik al jááááren wat ik daarvoor ook al jááááren heb gedaan. En ik krijg toch lang niet altijd wat ik eerder kreeg. Dus die uitspraak is aantoonbare onzin. Maar ja, je trekt het je toch aan. Dus ik dacht bij het lezen van de krant: laat ik nou eens een artikeltje lezen waar ik anders achteloos aan voorbij was gegaan. Wie weet levert het een nieuw gezichtpunt op.
Het werd een stuk over de nieuwe regeling voor gastouders. En verdomd, ik kreeg er een geinig idee bij. Ik meende zelfs een gat in de markt te ontwaren!
Voor degenen die geen kleine kinderen hebben die naar de opvang moeten: het zit zo. Omdat er te weinig kinderopvang is, mogen ouders hun kinderen ook onderbrengen bij zogeheten gastouders, die de kinderen opvangen in de huiskamersfeer. En mits ze die gastouders ook betalen, krijgen ze gewoon de gebruikelijke financiële tegemoetkoming van Rijk en werkgever. Dus werden oma’s en opa’s, buurvrouwen en weet ik veel wie opgevoerd als betaald gastouder.
Maar omdat onze overheid graag elk gaatje naar elk in de verste verte misschien opdoemend veiligheidsrisico met papieren regelgeving wil dichtplakken, komen er nu allerlei eisen voor die gastouders. Ze moeten een EHBO-diploma hebben, goed Nederlands spreken en een gastouderdiploma halen bij een Regionaal Opleidingscentrum. Anders stopt de financiële tegemoetkoming.
Tienduizenden gastouders dreigen nu af te haken. Maar voor een tuinder zijn zulke eisen natuurlijk gesneden koek. Wij voldoen aan hónderden van dat soort regeltjes. En met onze huiskamersfeer zit het wel goed. Eens kijken wat er verder nog in de krant staat.

Rik Prikkel
51/2009

Speelbal

De tuinbouw was lange tijd speelbal van de overheid. Terwijl ik dit intik zie ik het kabinet voor me dat een dagje naar het strand is en gehuld in badkledij een spelletje overgooien aan het doen is met zo’n grote opblaasbal. En dat is dan de tuinbouw.
Maar dat beeld klopt dus helemaal niet. Want ik hoor al jaren eigenlijk niemand meer klagen over steeds veranderende regelgeving en “we kunnen het allemaal niet meer bijbenen we weten niet waar we aan toe zijn”.
Misschien luister ik niet goed, hoor. Laat mij dat dan vooral weten, dan kan ik me daar eens in verdiepen. Maar volgens mij kunnen de tuinders die jaar op jaar hun gang gaan op een niet al te hard veranderend (lees: groeiend) bedrijf en het nieuws een beetje bijhouden, het tegenwoordig de overheidsregeltjes makkelijk bijhouden. Niet dat het weinig is wat je moet bijhouden. Maar het is al jaren min of meer hetzelfde.
Als je gaat verkassen en je bedrijf helemaal omgooit, dan is het een ander verhaal. Dan blijken gemeente, provincie en rijk veelvuldig op een geheel andere lijn te zitten. En dan kom je in aanvaring met ouderwetse regels die bijvoorbeeld duurzaam omgaan met afvalstromen in de weg zitten. Voorbeeld dat ik laatst hoorde was het vestigen van grote datacenters (die veel restwarmte hebben) in glastuinbouwgebieden. Dat kan dan niet, want past niet in het bestemmingsplan.
Maar ach, dat zijn zo van die zekerheden in het leven waardoor je je zelfs kunt laten vertederen: bestemmingsplannen zijn net zo Hollands als een molen en koeien in de wei.
Rust is ons echter natuurlijk niet gegund. Want we waren dit jaar dan weer wél speelbal van de supermarkten. En straks misschien wel van het grootkapitaal dat onze sector wil industrialiseren, of zoiets. En had je bij de overheid nog inspraak (zeg maar over wat voor kléúr speelbal je wilde zijn), wie speelbal is van het grootkapitaal, die is pas goed de lul.  

Rik Prikkel
49/2009

Gezin

Soms wordt het de tuinder toch zó makkelijk gemaakt om modern te zijn.
Werk en gezin combineren, daar is volgens minister Rouvoet van Jeugd en Gezin niets minder dan een cultuurbreuk voor nodig. Nu zijn er voor al die arme werkende vaders te veel belemmeringen om werk en gezin te kunnen combineren.
Bij tuinders is dat hoegenaamd géén probleem. Papa hoeft immers niet al om half 7 de deur uit om de file voor te zijn. Papa moet misschien wel al om 6 uur de tuin in omdat het werk hem anders letterlijk boven het hoofd groeit. Maar dan kan hij toch gewoon tussendoor wel even met de kinderen ontbijten. Als de kinderen al niet om 6 uur achter hem aan naar de tuin toe kuieren om alvast een paar padjes te doen. Dan begint de quality time al héél vroeg.
Komen de kinderen tussen de middag, moe van het rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis, thuis voor hun boterhammetje, dan heeft papa die al gesmeerd.
En later op de middag, dan mogen ze voor ze aan hun huiswerk beginnen, bij papa nog wat komen onkruid wieden of bladplukken of wat oogstwerk doen. En als ze willen kan papa ze helpen met het huiswerk. Als dat ten minste over biologie gaat. Want verder heeft papa er natuurlijk geen kaas van gegeten.
Rouvoet kwam met prachtige oplossingen (thuis- en telewerken, zelfroosteren, schooltijdbanen en variabele werkweken of werkdagen), waar tuinders al sinds jaar en dag mee aan de gang zijn. In de weekends en de vakanties, dan gaat het combineren van werk en gezin zelfs zo ongeveer 24/7 door!
Wat wel een grote zorg voor Rouvoet zou moeten zijn, is de trend van tuinders die niet meer naast hun bedrijf wonen. Die een uur of meer moeten rijden naar hun megakas in een of andere lege polder. De dood in de pot voor de hoeksteen van de samenleving.

Rik Prikkel
48/2009

Respect

Het was vorige week donderdag Dag van het Respect. En toen overwoog ik bij mezelf: voor wie of voor wat heb ik nou eigenlijk respect? Maar dan ook actief respect! Dat ik denk: goh, dáár heb ik nou respect voor!
U voelt hem al aankomen: dat viel me tegen van mezelf. Er schoot me zo gauw niemand te binnen.
Je kunt natuurlijk van iedereen, die je aardig vindt wel zeggen dat je respect hebt voor hem of haar. Of zelfs voor iedereen die je niet een uitgesproken etter vindt of een lomperik of erger. Maar dat vind ik persoonlijk een te ruime opvatting van het begrip respect. Dan moet je voor vrijwel iedereen respect hebben. En ook volgens de Dikke van Dale is dat toch een beetje veel eer. Respect staat daar omschreven als het door zijn gedrag doen blijken van eerbied, of een gevoel van hoogachting op grond van prestatie of zedelijke kwaliteit. En dat was ook hoe ik respect opvatte.
Voor welke Nederlandse tuinbouwgrootheid zou ik volgens die omschrijving dan bijvoorbeeld écht respect kunnen hebben?
Voor het lef van tomatentycoon Frank van Kleef, die in een enorme lege polder groots aan de gang is gegaan.
Voor de opgewekte inzet van aardbeiengoeroe Jan Robben, die tot op vreemde beursvloeren en baarlijke damesbladen pioniert op het gebied van productpromotie.
Voor de bevlogenheid van Westlandse José Zwinkels, die in de 21ste eeuw zoiets ouderwets’ als een handtekeneningenactie van de grond tilde.
Voor de eigenwijsheid van NVAF-boegbeeld Clemens Fischer, die als een pitbull blijft vastklemmen waar hij eenmaal zijn tanden in heeft gezet.
Eigenlijk voor al die volhouders, doorzetters, broekriemaanhalers en mouwenoprollers.
Respect, man!
Maar echt dat je zegt díép, héílig respect… Nee, daar moet ik toch nog wat langer over nadenken.

Rik Prikkel
47/2009

Soep

Wij zijn bij ons thuis dol op soep. En zoals het gezonde plattelanders betaamt maken we die soep meestal zelf, met enkel en alleen natuurlijke ingrediënten. Maar ook op het platteland ontbreekt ons wel eens de tijd of de zin om die soep helemaal ambachtelijk bij elkaar te brouwen. En dan namen we wel eens een blik. Of de laatste jaren zo’n zak. Van Unox.
Maar Unox heeft het bij ons een beetje verbruid. Heeft u hem al gezien, die laatste reclame van ze, voor hun nieuwe, biologische tomatensoep? Twee boeren hangen ietwat verveeld over een boerenhek. Achter ze een akker vol tomatenplantjes, waar geheel verzorgd door de natuur knoerten van bloedrode tomaten groeien: aarde zorgt voor voedsel, vogeltjes eten insecten en de zon doet de rest. En als de ene boer tegen de ander zegt: zullen we ze dan maar eens wat water geven, barst er een fikse regenbui los boven de planten en de twee mannen.
Nu heb ik zelf hier al eens betoogd dat wij reclamefilmpjes niet moeten opvatten als kleine documentaires. Meestal willen reclamemakers leuk zijn. Maar vaak doen ze ook net alsof ze tussen de grappen door een soort van zakelijk kloppende productinformatie laten zien. Oké, biologische tomaten gróéien in de grond. En er zíjn tuinders die vogeltjes in hun kas hebben vliegen. En de zon ís natuurlijk nodig. Maar twee boeren met een vaag Oost-Nederlands accent lui en ietwat chagrijnig bij een hek…
Nee, voor ons even geen Unox meer.

Rik Prikkel
43/2009

Spataderen

Ineke heeft last van spataderen. Ik wist niet eens dat het nog bestond. Ik dacht dat dat samen met ouderwetse aandoeningen als jicht en scheurbuik voorgoed door de moderne medische wetenschap was uitgebannen. Niet dus. Maar de moderne medische wetenschap kan, als die aderen dan toch eenmaal gaan spatten, er vast wel wat aan verhelpen. Op naar de arts. Op naar het ziekenhuis vervolgens. Afspraak maken dan voor een scan. Weer naar het ziekenhuis. Een paar weekjes wachten, weer naar de specialist voor de uitslag van de scan. Nee, daar kunnen ze bij dit ziekenhuis toch niks mee. Doorverwezen naar een ander ziekenhuis. Afspraak maken. Een paar weken later er naartoe. Ik had me al gereed gemaakt om die avond voor het eten te zullen zorgen, want vandaag zouden de aderen dan toch gelaserd zijn, of zoiets. Niks hoor. Ineke kwam terug met een afspraak voor een nieuwe scan! Daar zullen dan vervolgens nog wel een paar kletsafspraken overheen gaan voordat er een daadwerkelijke medische handeling wordt verricht. Het is goed dat we voor ons dagelijks brood en onze dagelijkse verse groente en fruit niet van artsen afhankelijk zijn. Er was vorige week sprake van dat LNV door Economische Zaken zou worden overgenomen. Ik zeg tegen Gerda Verburg: laten wij het ministerie van Volksgezondheid maar overnemen. Dat kan wel wat efficiënter en misschien gaan de prijzen daar dan ook eens wat omlaag.

Rik Prikkel
40/2009

Kookgedrag

Het woord van deze week is kookgedrag. Het LEI vroeg zich in een studie af of het kookgedrag van consumenten niet al te zorgeloos zal worden als de overheid succesvol werk zal maken van een nulniveau van microbiële besmetting in voedsel.
De vraag stellen is hem beantwoorden, zeggen wij dan in huize Prikkel. Maar je kunt het maar beter zeker weten, zegt de wetenschapper daarop. En terecht. Want wat wij met zijn allen vermoeden, hoeft nog niet noodzakelijkerwijs zo te zijn.
We kunnen het namelijk ook omdraaien: kookte men voorzichtiger toen het met de voedselveiligheid pak hem beet veertig jaar geleden nog lang zo jofel niet gesteld was als nu? Niet als ik mijn moeder als maatstaf mag nemen. Ingegeven door een grote mate van zuinigheid hanteerde zij de vuistregel dat als we er morgen nog niet ziek van waren geworden het blijkbaar nog net kon. Een beetje schimmel op je blik met appelmoes, dat schoof je er met je lepel maar af. Een groene waas over de ham? Zo lang je het nog maar niet rook. En spruitjes die al helemaal zwart waren, daar moest je gewoon net zo lang blaadjes afhalen tot het groen tevoorschijn kwam.
Daar krijg je weerstand van, hoor ik nu wel eens mensen zeggen, met een soort over-de-datum-nostalgie. Ik zeg nu: mensen, bij twijfel… weggooien en nieuw vers spul kopen.

Rik Prikkel
36/2009